ColumnsNieuws

Column: Trump en het Beusebos

20 januari 2017 – Wat de schokgolf in de Amerikaanse politiek te maken heeft met een plaatselijk bos in Purmerend

De overwinning van Donald Trump en de strijd om een plaatselijk bos in Purmerend hebben met elkaar te maken. Het gaat niet over klimaatverandering, iets waar de nieuwe president van de Verenigde Staten niet in gelooft. De overeenkomst gaat over een diepe crisis in de hedendaagse westerse politiek. Het gaat over de gevestigde politiek die zijn eigen grootste vijand is geworden.

21 april 2016: honderden betogers lopen in een protestmars tegen de kap van het Beusebos, het laatste natuurlijke bos in Purmerend, naar het Purmerendse stadhuis. Mensen protesteren tegen de voorgenomen kap van het bos om er een megahotel neer te zetten. De betogers gaan van jong tot oud en van ‘links tot rechts’. Het is de eerste protestmars ooit in Purmerend. In het stadhuis wordt die ochtend de motie besproken om de wethouder economische zaken carte blanche te geven om te doen met het bos wat hij wil. De coalitie wil het gebied verkopen aan een ondernemer en daarmee “honderd banen” scheppen in de marktstad.

Aangekomen bij het stadhuis krijgen de betogers te horen dat een handjevol van hen in de raadszaal mag plaatsnemen en daar stil dient te zijn. De rest van de betogers mag in de kantine van het stadhuis op een groot televisiescherm de vergadering bekijken. Resultaat vergadering: het bos mag gekapt worden.

Enkele weken daarvoor, op 7 april 2016, vergaderde de coalitie over een motie om de wethouder honderdduizend euro te geven om te onderzoeken hoe het gebied economisch ontwikkeld kan worden. Die avond maakten 23 bezorgde burgers gebruik van hun democratisch recht om in te spreken.

Van die 23 insprekers waren er 23 tegen de kap van het bos en nul insprekers voor de kap. Het grootste aantal eensgezinde insprekers in Purmerend ooit. Er was geen enkele burger of ondernemer om te pleiten voor een megahotel of een ander bedrijf op die plek.

Tijdens de inspraakronde keken de volksvertegenwoordigers op hun smartphone of tablet, praatten ze onderling met elkaar of lachten gekscherend om sommige onzekere insprekers. Dit alles onder het oog van de aanwezige camera’s. De insprekers waren voornamelijk bezorgde burgers en direct omwonenden uit Purmerend, maar ook burgers uit de aangrenzende gemeente Wormerland en vrijwilligers van natuur- en milieuorganisaties.

Na de pauze ging de gemeenteraad vergaderen. Op twee na had geen enkele politicus uit de coalitie de argumenten van de burgers meegenomen of -gewogen in haar besluitvorming. Resultaat: de motie werd aangenomen.

Wat heeft het lot van een plaatselijk bos in Purmerend te maken met de overwinning van onroerend-goed tycoon Donald Trump in de Verenigde Staten? Een eerste hint was de uitspraak van een Purmerendse politicus, lid van coalitiepartij VVD, op de lokale radio. Hij zei daar in een interview over de toekomst van het gebied:

“Ik geloof niet in de maakbare samenleving. Wanneer een ondernemer komt met een plan dan gaan we daarmee in zee.”

Wat deze lokale politicus daarmee eigenlijk zei was:

“Ik geloof wel in een maakbare samenleving, alleen niet in een samenleving die wordt gemaakt door burgers, maar alleen eentje die wordt gemaakt door ondernemers en bedrijven.”

Het neoliberalisme in een notendop.

Wat de uitspraak van de neoliberale Purmerendse politicus in het radio-interview, en het lot van de bezorgde, protesterende burgers duidelijk maakt, is dat de democratie in Purmerend op sterven na dood is. En hoe de coalitie in Purmerend werkt, is niet heel anders dan hoe het er aan toe gaat in andere gemeentes in Nederland, bij de Provincie of in de landelijke politiek. De burger mag een keer in de vier jaar stemmen op basis van loze beloftes. Bijna alle coalitiepartijen in Purmerend hadden – en hebben – ‘groen’ en behoud van natuur prominent in hun verkiezingsprogramma staan. Het belang van een enkele ondernemer is echter belangrijk dan deze verkiezingsbeloftes. Opnieuw het neoliberalisme in een notendop.

Wat we zien is dat door het neoliberale gedachtegoed, die zowel rechtse als linkse partijen heeft geïnfecteerd, de politiek geen volksvertegenwoordiger meer is, maar is verworden tot een belangenvereniging van het bedrijfsleven. Twee goede voorbeelden hiervan uit de landelijke politiek zijn de nieuwe wet die is aangenomen waardoor commerciële bedrijven inzage hebben gekregen in de medische dossiers van de burgers, en de nieuwe flexwet op arbeid. Beide wetten zijn honderd procent in het voordeel van het bedrijfsleven en nul procent in het voordeel van de burger.

Een ander voorbeeld, en eentje waardoor Trump aan de macht is gekomen, is die van het Nederlandse migratiebeleid. In de 70’er jaren van de vorige eeuw was de werknemer te mondig geworden en had deze veel verworven rechten gekregen. Politieke partijen, zowel links als rechts, lieten onder grote druk van het bedrijfsleven migranten toe uit mediterrane landen om werkende, ‘dure’ werknemers uit te spelen tegen de nieuwe goedkope arbeidskrachten. De neoliberale ‘race to the bottom’ was gestart.

De eenheid van Europa is een zegen geweest voor het internationale bedrijfsleven. De enige twee voordelen die de Nederlandse burger heeft gemerkt zijn tijdens de vakantie; geen grenscontroles en geen valuta meer hoeven wisselen.

De ‘gewone’ burger, iedereen die behoort tot de middenklasse en daaronder, is bang en dus boos. Marktwerking en globalisering, de twee stokpaardjes van het neoliberalisme, hebben zijn leven de afgelopen twintig jaar in materiële zin iets verrijkt maar in economische zin flink verslechterd en onzekerder gemaakt. En de politiek die voor zijn belangen zou moeten opkomen, is juist degene die de kant kiest van het bedrijfsleven en de economische ‘run to the bottom’ promoot en faciliteert.

Door de marktwerking en de globalisering verdwijnt de middenklasse – in alle westerse landen – als sneeuw voor de zon. De (terecht) bange en boze burger ziet dat de gevestigde politiek zowel zijn belangen niet behartigt, als – zoals bij de protesten tegen de kap van het Beusebos – niet meer luistert.

Met de rug tegen de muur, bang, boos en wanhopig, kan de burger nog maar een ding doen; het systeem saboteren en hopen dat er of iets beters komt, of dat er eindelijk wel naar hem wordt geluisterd. Op dit moment kan hij dit nog maar op een manier doen; als zijn mening wordt gevraagd bijvoorbeeld bij verkiezingen of een referendum. Zie hier de verklaring voor het succes van de Brexit, Trump, het Oekraïne-referendum, Erdogan, Le Pen en Wilders.

De burger is zo wanhopig dat elke alternatief voor verandering wordt aangegrepen. Zelfs een narcistische, schatrijke zakenman als Donald Trump. En de gevestigde politiek vergroot nog eens dit probleem doordat het in een stuipbeweging deze burgers weggezet als racistisch, agressief, laagopgeleid, extremisten of (in het geval van het Beusebos) als naïeve natuurgekkies.

Net zoals niet kon worden voorkomen dat de Titanic op de ijsberg voer – het schip was te groot en te log -, zo kan niet worden voorkomen dat de gevestigde politiek zich steeds meer vervreemd van de burger. De politiek, zowel op gemeentelijk niveau als landelijk niveau, bestaat voor het grootste gedeelte uit goed opgeleide, welgestelde, blanke burgers. De burgers die baat hebben bij marktwerking en globalisering. Tel daarbij de ontwikkeling dat voor veel politici de politiek een carrière is, en je ziet de contouren van een probleem opdoemen. In de Verenigde Staten is met de overwinning van Donald Trump de gevestigde politiek op de ijsberg gevaren. In Europa gaat dit de komende jaren gebeuren.

De ‘volksvertegenwoordigers’ in de Purmerendse coalitie willen op de plek van het Beusebos de “Poort van Purmerend” maken. Een Poort waar, volgens de wethouder, “Purmerenders trots op kunnen zijn”. Welk weldenkend mens denkt nou dat de Purmerender een trots gevoel krijgt wanneer hij langs een gigantisch Van der Valk-hotel zijn stad in rijdt?

De uitspraak van de wethouder is of een leugen waaruit de minachting blijkt naar de bezorgde burger die hij dient te vertegenwoordigen, of de uitspraak geeft aan dat deze politicus de wereld alleen nog kan bekijken door een neoliberale bril waaruit blijkt dat hij losgezongen is van datgene waar de burgers bezorgd over zijn.

De situatie is des te schrijnender omdat het Internationaal Monetair Fonds al jaren waarschuwt voor het neoliberale gedachtegoed in de politiek. Het neoliberalisme is namelijk niet een economisch model. Het is een politieke ideologie. Het neoliberalisme doet soms meer kwaad dan goed, schreef het IMF in juni 2016 in haar rapport ‘Neoliberalism: Oversold?’ In het rapport schrijven de economen dat neoliberalisme kan ook leiden tot grotere inkomensongelijkheid en lagere economische groei.

Vrije kapitaalstromen en een kleine overheid werken ongelijkheid in de hand. En deze ongelijkheid zorgt voor de boze, bange burgers die in de Verenigde Staten op Trump stemmen en in Nederland op Wilders.

Wat het probleem verergerd is de rol van de media. De nieuwsduiding in de landelijke media wordt grotendeels gedaan door hoogopgeleide, welgestelde, blanke burgers. Ook zij hebben vooral baat bij het neoliberalisme of voelen in ieder geval niet de negatieve consequenties. De gevestigde politiek en de landelijke media omarmen elkaar waardoor ze in een echoput zijn beland.

Talkshow-presentator Jeroen Pauw nodigde op 11 november 2016 naar aanleiding van de overwinning van Trump een aantal ‘gewone’ burgers uit. Hij kon zijn dédain niet onderdrukken. Matthijs van Nieuwkerk vroeg op 14 november 2016 in De Wereld Draait Door aan de directeur van de NPO of de media inderdaad losgezongen zijn van de gewone burger. Het antwoord was bevestigend, maar geen van hen beiden had een oplossing.

De gevestigde politiek dient zich de komende tijd hard af te vragen of ze (weer) vertegenwoordiger van het ‘gewone’ volk willen zijn, of vertegenwoordigers blijven van het neoliberalisme en pleitbezorgers van marktwerking en globalisering welke destructief zijn voor de burgers.

Het feit dat een schatrijke Amerikaanse familie, gezeten op gouden stoelen, in een televisie-interview beweert dat ze opkomt voor de gewone man dient niet lachwekkend te zijn, maar zorgwekkend. De keuze van de politiek, en de wil om te veranderen, bepaalt of wij in Nederland de komende jaren een stabiel en vredig land worden of geregeerd gaan worden door een narcistische demagoog. Ik weet waar ik mijn centen op zet.

De coalitie in Purmerend heeft kleur bekend. Zij kiest voor een ondernemer ten koste van de geestelijke en lichamelijke gezondheid van haar burgers.

Donato,
een bezorgde burger

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *